Dit artikel is geschreven door Nick Tol en is oorspronkelijk gepubliceerd op de website van De Telegraaf. Fotocredits: Amaury Miller

Het is een hypermodern én grenzeloos universum, waarin jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s omgaan. Esports is ongekend populair onder jongeren en toonaangevende bedrijven als Google en Microsoft pompen er geld in. Hoe steekt deze wereld van videogames in elkaar? En is het realistisch dat deze digitale competitievorm ook wordt toegevoegd aan de olympische agenda?

Thomas Bach, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), zei recentelijk nog dat zijn organisatie sterk overweegt om esports in de toekomst te verwelkomen op de Olympische Spelen. Maar er zitten nogal wat haken en ogen aan. ,,Mensen als Bach breken zich het hoofd hierover”, vertelt Dirk Tuip, 28-voudig handbalinternational en tegenwoordig mede-eigenaar van H20 Esports Campus, het grootste esports-stadion van de Benelux. ,,Als het IOC niets doet, zijn de Spelen straks niet meer relevant voor de jeugd. Dat beseffen ze zelf natuurlijk ook. Ze weten dat ze de gamewereld op een bepaalde manier in hun traditionele structuur moeten zien te krijgen. Reken maar dat er achter de schermen volop wordt gevochten door de grote machthebbers; van het IOC en sponsors tot mediaconglomeraten en game-uitgevers. Ik voorspel dat je binnen tien jaar ook als esporter olympisch goud kunt winnen.”

Ronaldo of Messi

Esports is nogal een ruim begrip. Het kan simpel worden omschreven als het in wedstrijdverband spelen van digitale videospellen. Vooral onder jongeren is het gigantisch populair en de verwachting is dat dit de komende jaren alleen maar zal toenemen. In 2020 ging er bijna een miljard dollar om in de wereld van esports en waren er alles bij elkaar krap 500 miljoen kijkers, waarvan 223 miljoen frequente toeschouwers. Ter vergelijking: in 2023 wordt gerekend op ongeveer 1,6 miljard dollar omzet en 646 miljoen kijkers, waarvan 295 miljoen frequent. Dat wijzen de modellen van het Duitse databedrijf Statista uit. 

Naast de vele online-kijkers zaten daar gewoon 15.000 uitzinnige mensen in het stadion, terwijl de deelnemers aan het spelen waren op een grote stage!

Veel wedstrijden worden online gespeeld en bekeken via digitale platforms als Twitch en YouTube. Maar voordat het coronavirus uitbrak, werden er ook regelmatig grote stadions uitverkocht. ,,Ik weet nog dat ik een paar jaar geleden mijn eerste esports-wedstrijd bezocht”, vertelt Tuip, drievoudig Nederlands handbalkampioen. ,,In Keulen werd het wereldkampioenschap van het populaire schietspel Counter-Strike gehouden. Ik gaf toen nog weinig om gaming en esports, maar wat ik daar zag, overrompelde me. Naast de vele online-kijkers zaten daar gewoon 15.000 uitzinnige mensen in het stadion, terwijl de deelnemers aan het spelen waren op een grote stage. Later was ik bij een gamebeurs in datzelfde Keulen en daar liepen 150.000 mensen per dag. Waar voetbalfans het mooi vinden om een shirtje van Cristiano Ronaldo of Lionel Messi te hebben, werden daar tenues van grote esporters verkocht voor 95 euro per stuk. Om maar te zwijgen over de vele drukbezochte handtekeningensessies die worden gehouden. Fascinerend.”

Wereldspelers

Ook Nederland heeft een zeer succesvolle en wereldberoemde esports-organisatie: Team Liquid. Deze ploeg heeft een miljoen volgers op Instagram en bestaat uit negentig professionele contractspelers uit binnen- en buitenland. Iedere atleet is gespecialiseerd in zijn of haar eigen videogame: van League of Legends en Fortnite tot Counter-Strike en Dota 2. De Nederlandse formatie strijkt ieder jaar vele miljoenen dollars aan prijzengeld op en heeft inmiddels een waarde van meer dan 300 miljoen dollar, blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse zakenblad Forbes. ,,In Toronto sprak ik een sportmarketeer die groot is geworden met de Maple Leafs, een traditioneel ijshockeyteam dat anderhalf miljard dollar waard is”, vertelt Tuip. ,,Zij hebben ook een esports-team en verwachten dat dat meer waard wordt dan de traditionele Maple Leafs. Dat kun je je toch niet voorstellen?” 

Foto credits: Amaury Miller

Elektronicabedrijf Sony nam laatst een enquête af onder basisscholieren in Japan, om te vragen naar hun favoriete baan in de toekomst. De resultaten spraken boekdelen. Op één stond YouTuber, op twee professioneel esporter en op drie videogame-ontwikkelaar. Door de gevolgen van de coronapandemie zijn vooral de online cijfers geëxplodeerd. ,,Elke dag zijn er honderden wedstrijden waar we het bestaan niet eens van weten”, zegt Tuip. ,,Grote spelers als Amazon, Microsoft en Google investeren niet zomaar veel geld in deze wereld.”

Topsport of niet?

De leeftijd waarop esporters doorbreken, ligt vaak tussen de 16 en 20 jaar. Er is trouwens wel een duidelijk onderscheid tussen esports en het spelen van videogames als hobby. Vaak wordt het vergeleken met het verschil tussen voetballen op een pleintje en onder contract staan bij een profclub. Maar de hamvraag is natuurlijk: in hoeverre kan esports met topsport worden vergeleken? Tuip lacht: ,,Ik ben zelf groot geworden met traditionele topsport, dus ik worstelde ook met deze vraag. Maar er is serieuze competitie, er wordt heel veel prijzengeld verdeeld, wedstrijden worden beslist op details en de profs maken vier tot zes aanslagen per seconde. Los daarvan wordt er natuurlijk heel veel getraind en is er ook veel aandacht voor de randzaken. De grote teams hebben zelfs koks, analisten en psychologen in dienst. In die opzichten komt esports dus zeker overeen met topsport. Vergelijk het met darts. In die sport houd je het in de top ook niet meer vol als caféspeler.” 

De eerste reuzenstap is al gezet: bij de prestigieuze Asian Games van 2022 in het Chinese Hangzhou staat esports voor het eerst op het programma. ,,Het is een kwestie van tijd voordat ook de Olympische Spelen volgen”, denkt Tuip. ,,De opmars van esports is niet meer te stoppen. En het is voor het IOC de ideale manier om de jeugd te blijven boeien.”